INTERRELIGIO NEDERLAND; EEN KORTE GESCHIEDENIS
Door Wite Carp
In 1936 richtte de bekende Engelse generaal Sir Francis Younghusband
in Engeland het World Congress of Faiths op. Hij was degene die in 1904 op last
van de Britse onderkoning van India de expeditie leidde naar Lhasa in Tibet,
een gebeurtenis die toen nogal wat aandacht trok. Tibet was immers in die tijd
nog een vrijwel gesloten land, waar slechts enkele Europeanen waren geweest.
Ongetwijfeld is Younghusband onder de indruk gekomen van de grote geestelijke rijkdom van de religies van India, het land dat toen nog een Engelse kolonie was en waar hij als militair lange jaren had gediend. Hoe zouden hindoeïsme, boeddhisme, sikhisme, jainisme, islam en ook christendom nader met elkaar in contact kunnen komen en in vrede met elkaar kunnen samenleven? Na zijn pensionering in Engeland heeft Younghusband een congres van gedelegeerden uit verschillende godsdiensten georganiseerd, waaruit kort daarna de vereniging ‘World Congress of Faiths’ voortkwam. Deze Engelse vereniging bestaat nog steeds en heeft zijn secretariaat in Oxford, waar de Reverend Marcus Baybrooke sedert jaren de onvermoeibare secretaris is. Hun tijdschrift ‘World Faiths Encounter’ is zeer lezenswaard.
Wereldgesprek
Sir Francis Younghusband is in 1938 nog in Nederland geweest om de mogelijkheden
te onderzoeken voor een groot congres waar onder meer Albert Schweitzer en Mahatma
Gandhi zouden spreken. De wereldoorlog brak echter uit en dit plan kon helaas
niet gerealiseerd worden. Na de oorlog werden de plannen echter opnieuw opgenomen
en op 17 november 1948 werd in Amsterdam de vereniging ‘Wereldgesprek
der Godsdiensten’ opgericht. Deze vereniging had vanaf haar ontstaan een
nauwe band met de World Congress of Faiths. Als eerste voorzitter werd gekozen
prof.dr. C.J. Bleeker, hoogleraar te Amsterdam en mevrouw H. Calkoen-van Thienen
werd secretaris. Het doel van de vereniging was het bevorderen van begrip en
respect ten aanzien van de verschillende religies en levensbeschouwingen. De
vereniging organiseerde lezingen over de verschillende religies en zelfs enkele
malen een internationale weekend-bijeenkomst in de Internationale School voor
Wijsbegeerte te Leusden, waaraan vele mensen hebben deelgenomen.
Kiosk
In de zestiger jaren werd professor Bleeker opgevolgd door de vrijzinnige dominee
R. Boeke te Rotterdam, die gedurende 20 jaar voorzitter was. Dominee Boeke werkte
nauw samen met het Volkenkundig Museum te Rotterdam, alwaar vele lezingen en
excursies werden gehouden. Ook beheerde hij gedurende een aantal jaren een kiosk
op het Weena te Rotterdam, waar hij bezoekers informatie verschafte over de
verschillende religies en waar men het tijdschrift van de vereniging kon kopen
en documentatiemateriaal over allerhande religieuze stromingen kon verkrijgen.
Levensteken
In de late zeventiger jaren werd besloten tot een naamsverandering en werd gekozen
voor de naam ‘Interreligio Nederland’, het tijdschrift werd ‘Levensteken’
genoemd. In die jaren was ds. B. Koek secretaris-penningmeester en waren ir.
Bloemsma (boeddhist) en rabbijn Soetendorp bestuursleden. Na zijn emiritaat
verhuisde ds. Boeke naar Leusden en werd de kiosk in Rotterdam opgeheven. Korte
tijd was Interreligio in Utrecht gevestigd, maar al spoedig moest ds. Boeke
zich terugtrekken uit het bestuur en werd hij opgevolgd door mevrouw Toja van
Dongen-Meijer uit Gorssel, die gedurende negen jaar deze functie bekleedde.
Onder haar bezielende leiding kwam Interreligio tot nieuwe bloei. Er werd besloten
tot het huren van een grote kamer in het gebouw van de Doopsgezinde Remonstrantse
Gemeente op de Brink te Deventer, waar ook de bibliotheek van ongeveer 1000
boeken werd ondergebracht. Mevrouw van Dongen was daar elke dinsdagmiddag aanwezig
om eventuele bezoekers te kunnen ontvangen.
Toen mevrouw van Dongen de voorzittershamer overdroeg aan drs. Erik Hoogcarspel (boeddhist en van beroep filosoof/indoloog) brak een nieuwe tijd aan. In 1992 werd besloten afscheid te nemen van de kamer in Deventer. De stijgende kosten en het feit dat vele leden het een bezwaar vonden dat zij steeds naar Deventer moesten reizen om de bijeenkomsten bij te wonen, waren de voornaamste redenen voor dit besluit. De bibliotheek werd in bruikleen ondergebracht bij de NPB te Zwolle, terwijl de lezingen voortaan verspreid door geheel Nederland werden georganiseerd.